Eed in de Kaatsbaan, 20 juni 1789




‘De nationale vergadering, overwegend dat zij geroepen is om de grondwet van het koninkrijk vast te leggen, het herstel van de openbare orde te bewerkstelligen en de ware beginselen van de monarchie te handhaven, stelt vast dat niets haar kan beletten om haar beraadslagingen voort te zetten, waar zij ook gedwongen zou zijn zich te vestigen, en ten slotte dat overal waar haar leden vergaderd zijn, daar ook de nationale vergadering is.

Besluit dat alle leden van de Vergadering onmiddellijk de plechtige eed zullen afleggen om nooit uiteen te gaan en zich overal waar de omstandigheden het zullen eisen bijeen te komen, totdat de grondwet van het koninkrijk op hechte grondslagen is gevestigd en bekrachtigd; en dat na de eedaflegging alle leden en ieder van hen afzonderlijk dit onwrikbare besluit zullen bevestigen door hun handtekening.'









terug naar boven |