Op 30 april aanstaande viert de vaderlandse burger een unieke nationale feestdag: 24 uur muziek, dansen, alcohol drinken op straat, spulletjes van zolder verkopen en de koninklijke familie bekijken bij het koekhappen...
De rechtgeaarde republikein doet tandenknarsend mee of ontvlucht de stad. Waarom moet de Nederlandse nationale feestdag lijken op een uitgesteld carnaval? De ware burger met een republikeins hart kan nauwelijks de neiging onderdrukken de oranje opblaasbare kronen kapot te prikken. Republikeinen kunnen niet dichter komen bij het "opblazen" van de Kroon dan dat...
De directeur van het Nationaal Historisch Museum Erik Schilp heeft deze ochtend op de radio een alternatief voorgesteld voor het feestgedruis op straat van Koninginnedag. Nederland zou in het vervolg een echte Onafhankelijkheidsdag kunnen vieren:
Een probleempje is dat sommige bronnen 22 juli aanhouden als dag waarop het Plakkaat werd ondertekend. Dat moet echter uit te zoeken zijn...
Een verdere stap op weg naar de republiek was de publicatie in 1587 van de Deductie ofte Corte vertoninghe van het recht byden Ridderschap, Eedelen ende steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tijden in den voorschreven Lande gebruyckt tot behoudenisse vande vryheden, gherechticheden, privilegien ende loffelicke ghebruycken vanden selven Lande van François Vranck of Vrancken, de pensionaris van Gouda. Daarin werd "bewezen" dat de soevereiniteit in de Nederlanden bij de Staten-Generaal lag, nadat in 1581 de toen heersende vorst uit zijn macht was gezet.
Het pamflet schreef Vrancken in opdracht van Van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland. Het legde een historisch-juridische basis onder de aanspraken van de Staten-Generaal en wordt algemeen beschouwd als het Magna Charta van onze staat. De Corte vertoninghe is formeel nooit in behandeling genomen, maar fungeerde wel als leidraad voor de politiek. Daarmee was, zonder formeel besluit, de republiek geboren.
De Deductie van 1587 kan men zien de ontknoping van de revolutie die in juli 1581 werd ingezet:
In heel Europa hadden ze nog nooit van een dergelijke redenering gehoord. Verbazing alom over het ontstaan van een nieuwe republiek, die zonder het Plakkaat van Verlatinghe niet had kunnen gebeuren.
Reden genoeg om van 26 juli een nationale feestdag te maken. De vrijmarkt op 30 april kan blijven bestaan als het folkloristische evenement dat het in wezen is. Het kan hier in plaats komen van de Dag van de Arbeid op 1 mei, dat immers veel minder tot zaklopen en volksdansen aanleiding geeft...
De rechtgeaarde republikein doet tandenknarsend mee of ontvlucht de stad. Waarom moet de Nederlandse nationale feestdag lijken op een uitgesteld carnaval? De ware burger met een republikeins hart kan nauwelijks de neiging onderdrukken de oranje opblaasbare kronen kapot te prikken. Republikeinen kunnen niet dichter komen bij het "opblazen" van de Kroon dan dat...
De directeur van het Nationaal Historisch Museum Erik Schilp heeft deze ochtend op de radio een alternatief voorgesteld voor het feestgedruis op straat van Koninginnedag. Nederland zou in het vervolg een echte Onafhankelijkheidsdag kunnen vieren:
"Als datum voor de viering heeft hij 26 juli gekozen. In 1581 werd op die dag het Plakkaat van Verlatinghe getekend. In een vergadering van de Staten-Generaal van de Nederlanden was besloten dat koning Filips II wordt afgezet als heerser. Ook is in het plakkaat opgenomen dat de vorst er is voor het volk en niet andersom.De aandacht van de rechtgeaarde burger wordt hierdoor gericht op de aanvang van de vrijheid in dit land en tevens de voorbode van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Belgica Foederata), die in het begin van 1588 haar eerste soevereine besluiten nam.
De ondertekening wordt gezien als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring. In 1579 was al voorwerk verricht. Toen kwamen verschillende Nederlandse gewesten in de Unie van Utrecht onder meer overeen dat ze samen de Spanjaarden het land uit zouden jagen. Maar op dat moment werd nog wel trouw aan de Koning beloofd." (AD, 21 april 2010)
Een probleempje is dat sommige bronnen 22 juli aanhouden als dag waarop het Plakkaat werd ondertekend. Dat moet echter uit te zoeken zijn...
Een verdere stap op weg naar de republiek was de publicatie in 1587 van de Deductie ofte Corte vertoninghe van het recht byden Ridderschap, Eedelen ende steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tijden in den voorschreven Lande gebruyckt tot behoudenisse vande vryheden, gherechticheden, privilegien ende loffelicke ghebruycken vanden selven Lande van François Vranck of Vrancken, de pensionaris van Gouda. Daarin werd "bewezen" dat de soevereiniteit in de Nederlanden bij de Staten-Generaal lag, nadat in 1581 de toen heersende vorst uit zijn macht was gezet.
Het pamflet schreef Vrancken in opdracht van Van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland. Het legde een historisch-juridische basis onder de aanspraken van de Staten-Generaal en wordt algemeen beschouwd als het Magna Charta van onze staat. De Corte vertoninghe is formeel nooit in behandeling genomen, maar fungeerde wel als leidraad voor de politiek. Daarmee was, zonder formeel besluit, de republiek geboren.
De Deductie van 1587 kan men zien de ontknoping van de revolutie die in juli 1581 werd ingezet:
"De versterkte Staten-Generaal besloten onder aanvoering van Van Oldenbarnevelt niet meer te zoeken naar koninklijke buitenlandse beschermheren of -vrouwen. De soevereiniteit, vergeefs aangeboden aan de vorsten van Frankrijk en Engeland, trokken ze nu aan zichzelf. Om dat juridisch en politiek te rechtvaardigen lieten ze de pensionaris van Gouda, François Vrancken, hun standpunt uiteenzetten. Hij stelde een Justificatie of Deductie op, waarin hij betoogde dat vanouds de soevereiniteit bij de Staten lag en dat zij die ooit in een ver verleden aan een graaf hadden opgedragen. Sedert die graaf - Filips II - in 1581 vervallen was verklaard van zijn rechten, kwam als vanouds de soevereiniteit weer aan de Staten."De bewering van Vrancken werd door Hugo de Groot in zijn Liber de antiquitate reipublicae Batavicae (1610) overgenomen, waarin deze bovendien stelde dat de graven van Holland niet leenplichtig waren aan de Duitse keizer, maar afhankelijk van de Staten waren geweest.
In heel Europa hadden ze nog nooit van een dergelijke redenering gehoord. Verbazing alom over het ontstaan van een nieuwe republiek, die zonder het Plakkaat van Verlatinghe niet had kunnen gebeuren.
Reden genoeg om van 26 juli een nationale feestdag te maken. De vrijmarkt op 30 april kan blijven bestaan als het folkloristische evenement dat het in wezen is. Het kan hier in plaats komen van de Dag van de Arbeid op 1 mei, dat immers veel minder tot zaklopen en volksdansen aanleiding geeft...