Rob Hartmans schrijft in zijn artikel (2003) in De Groene Amsterdammer over de politieke druk op de burger door het republikanisme.
De democratische traditie legt de nadruk op gelijkheid en rechten, de republikeinen gaan vooral uit van de plichten van de burger en de noodzaak van goed bestuur. In zijn nu reeds klassieke Politicide (1999) haalt Luuk van Middelaar de nimmer om sweeping statements verlegen zittende ex-revolutionair Régis Debray aan, die het onderscheid tussen republiek en democratie ziet als een reeks tegenstellingen: staat versus samenleving, politiek versus economie, burgerzin versus moralisme, secularisme versus religie, cultuur versus communicatie, enzovoort. «De republiek, dat is de vrijheid plus de rede. De rechtsstaat plus de rechtvaardigheid. De verdraagzaamheid plus de wilskracht. De democratie, zo stellen wij, is datgene wat er overblijft van een republiek wanneer men de Verlichting dooft.»
Het zijn grote woorden, maar duidelijk is dat het republikeinse ethos hoge eisen stelt aan de burger, terwijl het tegelijkertijd niet de hemel op aarde belooft. Doordat het democratische de nadruk legt op de gelijkheid en de rechten van de burger, wekt het vaak de indruk dat zodra dit alles verwezenlijkt is, de gelukzaligheid als een warme deken over de mensheid zal neerdalen. Republikeinen zijn zich ervan bewust dat dit niet zo is en gruwen bovendien van een dergelijk verstikkend ideaal. Machiavelli zag zeer goed in dat de voortdurende strijd in een republiek niet alleen onvermijdelijk was, maar tevens een noodzakelijke voorwaarde voor vooruitgang en expansie. Het republikanisme is erg veeleisend en vermoeiend en doet een voortdurend beroep op de kardinale deugden.
Het inmiddels klassieke artikel van Hartmans onder de - knip -

