Recent in de categorie Nederland

26 juli Onafhankelijkheidsdag

| 2 reacties
Op 30 april aanstaande viert de vaderlandse burger een unieke nationale feestdag: 24 uur muziek, dansen, alcohol drinken op straat, spulletjes van zolder verkopen en de koninklijke familie bekijken bij het koekhappen...

De rechtgeaarde republikein doet tandenknarsend mee of ontvlucht de stad. Waarom moet de Nederlandse nationale feestdag lijken op een uitgesteld carnaval? De ware burger met een republikeins hart kan nauwelijks de neiging onderdrukken de oranje opblaasbare kronen kapot te prikken. Republikeinen kunnen niet dichter komen bij het "opblazen" van de Kroon dan dat...

De directeur van het Nationaal Historisch Museum Erik Schilp heeft deze ochtend op de radio een alternatief voorgesteld voor het feestgedruis op straat van Koninginnedag. Nederland zou in het vervolg een echte Onafhankelijkheidsdag kunnen vieren:

"Als datum voor de viering heeft hij 26 juli gekozen. In 1581 werd op die dag het Plakkaat van Verlatinghe getekend. In een vergadering van de Staten-Generaal van de Nederlanden was besloten dat koning Filips II wordt afgezet als heerser. Ook is in het plakkaat opgenomen dat de vorst er is voor het volk en niet andersom.
De ondertekening wordt gezien als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring. In 1579 was al voorwerk verricht. Toen kwamen verschillende Nederlandse gewesten in de Unie van Utrecht onder meer overeen dat ze samen de Spanjaarden het land uit zouden jagen. Maar op dat moment werd nog wel trouw aan de Koning beloofd."
(AD, 21 april 2010)
De aandacht van de rechtgeaarde burger wordt hierdoor gericht op de aanvang van de vrijheid in dit land en tevens de voorbode van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Belgica Foederata), die in het begin van 1588 haar eerste soevereine besluiten nam.

Een probleempje is dat sommige bronnen 22 juli aanhouden als dag waarop het Plakkaat werd ondertekend. Dat moet echter uit te zoeken zijn...

Een verdere stap op weg naar de republiek was de publicatie in 1587 van de Deductie ofte Corte vertoninghe van het recht byden Ridderschap, Eedelen ende steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tijden in den voorschreven Lande gebruyckt tot behoudenisse vande vryheden, gherechticheden, privilegien ende loffelicke ghebruycken vanden selven Lande van François Vranck of Vrancken, de pensionaris van Gouda. Daarin werd "bewezen" dat de soevereiniteit in de Nederlanden bij de Staten-Generaal lag, nadat in 1581 de toen heersende vorst uit zijn macht was gezet.

Het pamflet schreef Vrancken in opdracht van Van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland. Het legde een historisch-juridische basis onder de aanspraken van de Staten-Generaal en wordt algemeen beschouwd als het Magna Charta van onze staat. De Corte vertoninghe is formeel nooit in behandeling genomen, maar fungeerde wel als leidraad voor de politiek. Daarmee was, zonder formeel besluit, de republiek geboren.

De Deductie van 1587 kan men zien de ontknoping van de revolutie die in juli 1581 werd ingezet:

"De versterkte Staten-Generaal besloten onder aanvoering van Van Oldenbarnevelt niet meer te zoeken naar koninklijke buitenlandse beschermheren of -vrouwen. De soevereiniteit, vergeefs aangeboden aan de vorsten van Frankrijk en Engeland, trokken ze nu aan zichzelf. Om dat juridisch en politiek te rechtvaardigen lieten ze de pensionaris van Gouda, François Vrancken, hun standpunt uiteenzetten. Hij stelde een Justificatie of Deductie op, waarin hij betoogde dat vanouds de soevereiniteit bij de Staten lag en dat zij die ooit in een ver verleden aan een graaf hadden opgedragen. Sedert die graaf - Filips II - in 1581 vervallen was verklaard van zijn rechten, kwam als vanouds de soevereiniteit weer aan de Staten."
De bewering van Vrancken werd door Hugo de Groot in zijn Liber de antiquitate reipublicae Batavicae (1610) overgenomen, waarin deze bovendien stelde dat de graven van Holland niet leenplichtig waren aan de Duitse keizer, maar afhankelijk van de Staten waren geweest.

In heel Europa hadden ze nog nooit van een dergelijke redenering gehoord. Verbazing alom over het ontstaan van een nieuwe republiek, die zonder het Plakkaat van Verlatinghe niet had kunnen gebeuren.

Reden genoeg om van 26 juli een nationale feestdag te maken. De vrijmarkt op 30 april kan blijven bestaan als het folkloristische evenement dat het in wezen is. Het kan hier in plaats komen van de Dag van de Arbeid op 1 mei, dat immers veel minder tot zaklopen en volksdansen aanleiding geeft...

Carel Hendrik, graaf Ver Huell (1764-1845)

| 0 reacties

Admiraal Carel Hendrik, graaf Ver Huell (1764-1845) was een Nederlandse militair die voor Napoleon koos en hoge functies vervulde in de Bataafse Republiek, het Koninkrijk, het Keizerrijk en later tijdens de Restauratie in Frankrijk.


karel.jpg

Charles Henri Ver-Huell

Amiral et Pair de France


Hij was de opvolger van Jan Willem de Winter als admiraal in de Franse vloot.


Hieronder een korte schets van zijn leven, door Rindert Brouwer & Leon Bok:

"Carel Hendrik Ver Huell werd in op 4 februari 1764 geboren in Doetinchem. Vanaf 1779 maakte hij carrière op de vloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Tot 1795 voerde hij het bevel over verschillende schepen en bracht het tot adjudant van generaal Van Kinsbergen. Tussen 1795 en 1802 was hij ambteloos burger totdat hij in 1802 korte tijd rechter en tevens burgemeester van Doetinchem werd.

In 1803 begon zijn carrière onder Napoleon die hem tot grote hoogte zou voeren. Als opperbevelhebber van de Bataafse zeemacht voerde hij belangrijke opdrachten uit, werd later secretaris van staat voor Marine en uiteindelijk minister van Marine. Onder koning Lodewijk Napoleon voerde hij eveneens enkele belangrijke functies die hem regelmatig naar Parijs brachten. Na het aftreden van Lodewijk Napoleon kwam Ver Huell in Franse dienst als vice-admiraal en kreeg hij het commando over de gehele scheepsmacht van de kust van de Noord- en Oostzee. Als zodanig verdedigde hij in 1813 Den Helder dat hij weigerde op te geven aan de Nederlandse belegeraars. Na de dood van Jean-Guillaume de Winter in 1812 volgde hij hem op als admiraal.

"Eendracht en eenigheid"

| 0 reacties
De Staten van Holland en Zeeland besloten in 1581 (om precies te zijn op 5 juli) de "Hoge Overheid" op te dragen aan Willem de Zwijger.

De opstandige staten (provincies) zouden zich twee weken na de opdracht aan Willem van Oranje afscheiden van het Habsburgse Rijk van Filips II.

Volgens de tekst van de aanstelling van de Prins van Oranje als soeverein konden de "gemeenschappen en goede republijken" alleen "behouden, bevestigd en versterkt" worden als er eenheid en eendracht heersten in de staten.

    "..wy bevinden, dat alle gemeenschappen en goede republijken behouden, bevestigt en gesterkt worden, insonderheid met eendracht en eenigheid, dewelk niet wel kan sijn by vele, in wille, gevoelen en gemoed dikwils en meeste verschelende..."
   
De soeverein kreeg de macht om voor het algemeen belang op te komen, op voorwaarde dat:

    "... Zijn Excellentie, solange de voorschreven landen sullen sijn in oorloge of wapenen, volkomen autoriteit en macht hebben en gebruiken sal, als souverain en overhooft te gebieden en verbieden alles wes tot conservatie en bescherminge derselver landen dienlijk of schadelijk sal mogen wesen..."
   
In de Bijbel staat ook een beroemde passage die wijst op het gevaar van verdeeldheid: "En als een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen standhouden." (Evangelie van Marcus)

In de huidige tijd van onrust en confrontatie is het ook van belang te zoeken naar gemeenschappelijke waarden.

Het mag duidelijk zijn dat tijdens die zoektocht de grondwettelijke rechten niet aangetast mogen worden: vrijheid van meningsuiting, pers, vereniging, geweten en godsdienst zijn onaantastbaar. Intolerante groepen zullen deze basiswaarden van onze burgerlijke res publica moeten aanvaarden.

Helaas missen we in Nederland een symbool van eenheid - zoals Willem de Zwijger kon worden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Dat symbool zou de "République" kunnen zijn (zoals in Frankrijk) of het "Parliament" (Groot-Brittannië). De publieke zaak en de volksvertegenwoordiging zijn in Nederland echter uitgehold door de sociale en politieke crisis.

Zolang we geen sterk, overkoepelend burgerschapssymbool kunnen vinden, zal Nederland "verweesd" blijven.

"... by vele, in wille, gevoelen en gemoed dikwils en meeste verschelende..."

Een bijzondere band

| 0 reacties
Zoals in de vorige post is beschreven wees koningin Beatrix in 2005 tijdens een toespraak op de Universiteit van Leiden op haar bijzondere relatie met het parlement. Volgens haar is er sprake van een 'tweezijdig verbond'. Maar het zijn vooral de kamerleden die zich stevig laten binden.

willem01.jpg

De inhuldiging van Willem I in 1815
 
Zoals elke publieke gezagsdrager heeft Beatrix ooit een ambtseed moeten afleggen. De Koning - ik gebruik hier de grondwettelijke term - doet dat tijdens de inhuldigingsceremonie aan het begin van zijn regeringsperiode. Hij zweert trouw aan de Grondwet en belooft de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders te beschermen.

Vervolgens leggen alle aanwezige parlementariërs 'hoofd voor hoofd' een eed van trouw af aan de Koning. Zij beloven daarin 'de onschendbaarheid en de rechten van de Koning te handhaven'. Onze volksvertegenwoordigers hoeven er nog net niet bij te knielen.

Het is een volstrekt achterhaald toneelstukje. In de Middeleeuwen kon een eedgenootschap met een soeverein bepaalde privileges veiligstellen voor de adel of andere invloedrijke leden van de samenleving. Maar moderne democratieën kennen geen standen meer en in veel landen om ons heen is het volk soeverein. Helaas geldt dat niet voor de polder-res publica. Hier is de bevolking nog altijd innig verbonden met een Koning: alle Nederlanders worden bij geboorte direct gedegradeerd tot 'onderdanen' van een 'majesteit', met instemming van de volksvertegenwoordiging.

Iedereen tevreden

Dat is niet altijd vanzelfsprekend geweest. We danken het ontstaan van onze natie immers aan het verbreken van een dergelijke 'speciale relatie' met de koning van Spanje. Men leze het Plakkaat van Verlatinge, dat in 1581 door de Staten-Generaal werd aangenomen, waarin Filips II als soeverein wordt afgezworen. Pas in 1806 werd Nederland weer een koninkrijk, tijdens de Franse bezetting.

afzweren01.jpg

De afzweren van de Spaanse koning in 1581

Tientallen jaren later, in 1848, zette de liberale Thorbecke geheel in lijn met de eeuwenoude republikeinse traditie, de Koning opnieuw buiten spel. Door het principe van de onschendbaarheid, ook wel bekend als de ministeriële verantwoordelijkheid, stevig in de Grondwet te verankeren.

In theorie hebben we daarmee het beste van twee werelden verenigd; dat wat Montesquieu de meest ideale staatsvorm noemt: 'een republiek vermomd als een monarchie'. In grote lijnen werkt het zo: de republiek is er voor de elite en de monarchie is er voor het volk. Een ware democratie is ongewenst, want nóch de bestuurlijke elite, nóch het staatshoofd wenst gekozen worden door het gepeupel. De burgers mogen wetgevers kiezen, dat is alles. En zo is iedereen tevreden. Maar wat als een Koning van de politiek zijn functie ruimer mag opvatten dan Thorbecke ooit bedoeld heeft?

Praesidium Libertatis

| 0 reacties

Op 8 februari 2005 ontving koningin Beatrix een eredoctoraat van de ruim 430 jaar oude Universiteit van Leiden. Ze hield daarbij een inmiddels klassiek geworden oratie.


Op de dies natalis kreeg de nazaat van de stichter van de Universiteit, Willem de Zwijger, erkenning voor haar inzet voor "de vrijheid". Eerder kwam alleen Nelson Mandela in aanmerking voor een dergelijke onderscheiding.


De Leidse rector Douwe Breimer maakte al snel duidelijk dat het bij Beatrix vooral ging om de "vrijheid in verantwoordelijkheid".


In de oratie na de verlening van het eredoctoraat sprak het hoofd van het Koninklijk Huis over haar betrokkenheid bij de res publica. Dit republikeinse begrip is voor haar dé motivatie om zich met volle inzet van haar ambt te kwijten.


"Omdat de Koning "boven" de partijen staat, kan hij zich ongebonden en volledig inzetten voor de publieke zaak, de res publica. Dit begrip - ook oorsprong van het woord "republiek" - is hèt uitgangspunt dat deze functie de moeite waard maakt."


Een koninklijke knipoog naar het republikeinse verleden van Nederland...


"In ons staatsrechtelijk systeem functioneert het Koningschap onder de bescherming van de ministeriële verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid had in het verleden vooral een beperkend karakter maar werd vanaf de jaren tachtig minder eng geïnterpreteerd. Dankzij opeenvolgende minister-presidenten kreeg ik de mogelijkheid nieuwe terreinen te betreden, in brede kringen van de samenleving met mensen te spreken en in het algemeen de functie een ruimere maatschappelijke invulling te geven. Dat het staatshoofd geen politieke verantwoording verschuldigd is, betekent niet dat hij geen èigen verantwoordelijkheid draagt."


Hier claimt de vorstin voor zichzelf de handelingsruimte die zij in samenwerking met de premiers vanaf Lubbers heeft bevochten en vervolgens fundeert zij die op het "verbond" tussen de Volksververtegenwoordiging en de Koning.


"Zodra hij het koningschap heeft aanvaard, legt de Koning immers in de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal de plechtige eed af het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds te zullen onderhouden en handhaven en de vrijheid en rechten van alle ingezetenen te zullen beschermen. De Volksvertegenwoordiging van haar kant zweert of belooft de onschendbaarheid en de rechten van de Koning te handhaven. Het gaat om een tweezijdig verbond dat bij elke nieuwe Koning wordt bevestigd. Het Statuut en de Grondwet zijn de gemeenschappelijke basis voor de staatkundige verhoudingen. Binnen die verhoudingen moet de Koning vanzelfsprekend goed worden geïnformeerd en wordt van hem verwacht dat hij, waar nodig, zal waarschuwen of bemoedigen."


Beatrix is een zeer zelfbewust deel van de Regering en wil dat ook blijven. Ze wil het ambt zoals zij dat heeft vormgegeven "ongeschonden" doorgeven aan haar opvolger(s).


"Als symbool van de continuïteit en schakel tussen verleden en toekomst, heeft hij bovendien, zoals alle publieke ambtsdragers, de verantwoordelijkheid het ambt in alle waardigheid ongeschonden door te geven aan de volgende generatie."


En daar knelt de schoen. Het is heel goed mogelijk dat zij verantwoordelijk met haar gewonnen vrijheid kan omgaan, hoewel de controle door met name de Volksvertegenwoordiging soms ontbreekt (zie "het geheim van Noordeinde"). Of haar opvolger(s) dat ook zullen doen, is nog maar de vraag. Familieaangelegenheden kunnen roet in het eten gooien.


"Ik besef dat familieaangelegenheden direct op het ambt kunnen terugslaan. Dit geldt zeker in een tijd waarin 'de mens achter de ambtsdrager' zozeer wordt uitgelicht."


Het monarchisme blijft een instituut dat zo nu en dan redelijke staatshoofden aflevert, maar ook zwakke heersers, zoals stadhouder Willem "Batavus" V, die in 1787 de hulp van Pruisische troepen inriep om zijn "rechten" te beschermen.


Het echte bolwerk van de vrijheid (Praesidium Libertatis) en dus de res publica is het soevereine volk en kan niet gedeeld worden door een eedverbond tussen een erfelijk staatshoofd en de Volksvertegenwoording.


Zodra de Volksvertegenwoordiging besluit haar of haar opvolger(s) uit de regering te zetten, zal ze haar "rechten" en "vrijheden" moeten inperken tot een louter ceremonieel functioneren.


Tot dan zal Beatrix een bolwerk van haar koninklijke vrijheid blijven.

Een gemankeerde republiek

| 0 reacties

Artikel 50 van de Grondwet is een republikeinse erfenis; het artikel dat het dichtst in de buurt komt van de volkssoevereiniteit (de Nederlande politieke traditie heeft het volk nooit echte soevereiniteit willen verlenen).


Het artikel luidt:


De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk.


"Deze bepaling is op zich via de Staatsregeling voor het Bataafse volk uit 1798 terug te voeren tot de Franse constitutie uit 1791, waarin staat de vertegenwoordigers 'la Nation entière' vertegenwoordigen." (R.A. Koole)


Artikel 50 vertegenwoordigt de republikeinse traditie van de ene, ondeelbare natie; het primaat van de politiek (republiek) over het geloof en de onverlichte traditie. Deze opvatting gaat terug op Baruch Spinoza. Het land dat deze republikeinse lijn volgt is Frankrijk.


Dit is het tegendeel van de neutrale, pluriforme natie van de liberale politieke filosoof Locke. De Verenigde Staten zijn in grote mate beïnvloed door Locke; het is de eerste multiculturele republiek ter wereld.


Beide seculiere opvattingen staan tegenwoordig onder druk. Pure religies zijn in opkomst en voeden onverdraagzame, gewelddadige bewegingen die zich tegen de liberale en/of republikeins-democratische staat richten.


In Nederland is artikel 50 in het ongerede geraakt. Het parlement als geheel is nimmer zwakker geweest dan tegenwoordig. Alles staat of valt bij het pluriforme partijensysteem dat zich echter ook in een grote crisis bevindt. Er is geen enkel publiek gezag dat het volk als geheel kan vertegenwoordigen. Het vertrouwen in de politiek is dan ook zeer laag.


Een republiek vermomd als monarchie?

| 1 reactie
Voor Charles de Montesquieu was een "republiek vermomd als monarchie" de ideale politeia (republiek).

Net als Aristoteles vond hij het belangrijk dat de aristocratische (Senaat) en democratische (Volksvertegenwoordiging) elementen in een staat met elkaar in evenwicht waren. Hij voegde daar een monarchistisch element aan toe: een door de grondwet gebonden koning als staatshoofd.

Het gemengde republikeinse systeem van Aristoteles werd voltooid door ook de monarchie een rol te laten spelen in de staat.

In Engeland werd dit systeem ingevoerd na de Glorious Revolution van 1688 en verder vervolmaakt onder invloed van de Whigs (de liberalen).

In Nederland kon men tijdens de Opstand in de 16de eeuw geen monarch vinden, waardoor de soevereiniteit uiteindelijk kwam te liggen bij de Staten-Generaal. Pas in 1814 vond men een koning: Willem I was bereid staatshoofd te worden van de Verenigde Nederlanden.

De Belgen hadden al snel genoeg van Willem's autoritaire beleid en scheidden zich af in 1830 na een in wezen liberale, republikeinse opstand. De nieuwe staat werd opgetuigd met republikeinse instituties (Senaat, Volksvertegenwoordiging) en men zocht er vervolgens een geschikt staatshoofd bij.

De Hollandse koning werd uiteindelijk getemd door een republikeinse omslag in 1848 onder leiding van de liberaal Thorbecke, die de ministeriële verantwoordelijkheid invoerde.

Sindsdien is Nederland een politeia naar de zin van Montesquieu; een republikeinse politieke cultuur met een koning als monarchistisch toefje.

Over dit archief

Deze pagina is een archief van recente berichten in de Nederland categorie.

Monarchie is de vorige categorie.

Religie is de volgende categorie.

De nieuwste berichten zijn te vinden op de hoofdpagina of kijk in de archieven om alle berichten te zien.

augustus 2010

Zo   Ma   Di   Wo   Do   Vr   Za
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31