De rijke lakenfabrikant Pieter de la Court (1618-1685) was een uiterst
modern man die de mens zag als een homo economicus, gedreven door
eigenbelang. Hij was degene die Thomas Hobbes - de grote filosoof van het natuurrecht - in Nederland introduceerde.

Pieter de la Court deed mee met de discussies in zijn tijd over de politieke ordening en het economische beleid en had een zekere invloed op raadspensionaris Johan de Witt. Beiden steunden de kapitaalkrachtige burgerklasse in de Hollandse steden. Net als Hugo de Groot keurde hij de koloniale expansie goed.
De la Court steunde daarnaast de vredespolitiek van de Staten-Generaal. Niet uit principe, maar omdat vrede de handel bevorderde. In zijn Interest van Holland, ofte gronden van Hollands-welvaren (1662) legde hij uit dat het land vrede, veiligheid en rust nodig had om welvarend te worden.
Om de vrijheid te verdedigen was het nodig om soms genadeloos toe te slaan, zoals Machiavelli de republieken eerder had aangeraden. Pieter de la Court zag in de Republiek een handelsmacht die desnoods unilateraal moest kunnen optreden op het wereldtoneel. Hij zou tegenwoordig een neoconservatief genoemd kunnen worden.
De la Court ging vooral uit van het rijke, zelfbewuste Holland, dat hij als de enige levensvatbare republiek van zijn tijd beschouwde. Het liefste had hij die "stadsstaat" losgemaakt van de rest van de Verenigde Nederlanden die maar bleef konkelen met de stadhouders van de familie Oranje-Nassau.
Hij wilde een staatshoofd van wie het belang spoorde met het algemene welvaartsstreven; niet een quasi-monarch die het vooral voor zijn eigen bezittingen en familiemacht opnam. Pieter de la Court moest dan ook vluchten voor de Oranjegezinden in 1672.
Hij zal vooral bekend blijven bij de republikeinen door zijn Aanwysing der heilsame politike gronden en maximen van de republike van Holland en West-Vriesland uit 1669; een samenvatting en uitbreiding van zijn eerdere werk uit 1662.


Pieter de la Court deed mee met de discussies in zijn tijd over de politieke ordening en het economische beleid en had een zekere invloed op raadspensionaris Johan de Witt. Beiden steunden de kapitaalkrachtige burgerklasse in de Hollandse steden. Net als Hugo de Groot keurde hij de koloniale expansie goed.
De la Court steunde daarnaast de vredespolitiek van de Staten-Generaal. Niet uit principe, maar omdat vrede de handel bevorderde. In zijn Interest van Holland, ofte gronden van Hollands-welvaren (1662) legde hij uit dat het land vrede, veiligheid en rust nodig had om welvarend te worden.
Om de vrijheid te verdedigen was het nodig om soms genadeloos toe te slaan, zoals Machiavelli de republieken eerder had aangeraden. Pieter de la Court zag in de Republiek een handelsmacht die desnoods unilateraal moest kunnen optreden op het wereldtoneel. Hij zou tegenwoordig een neoconservatief genoemd kunnen worden.
De la Court ging vooral uit van het rijke, zelfbewuste Holland, dat hij als de enige levensvatbare republiek van zijn tijd beschouwde. Het liefste had hij die "stadsstaat" losgemaakt van de rest van de Verenigde Nederlanden die maar bleef konkelen met de stadhouders van de familie Oranje-Nassau.
Hij wilde een staatshoofd van wie het belang spoorde met het algemene welvaartsstreven; niet een quasi-monarch die het vooral voor zijn eigen bezittingen en familiemacht opnam. Pieter de la Court moest dan ook vluchten voor de Oranjegezinden in 1672.
Hij zal vooral bekend blijven bij de republikeinen door zijn Aanwysing der heilsame politike gronden en maximen van de republike van Holland en West-Vriesland uit 1669; een samenvatting en uitbreiding van zijn eerdere werk uit 1662.

Een kapitalistische republikein verder lezen.