In die tijd was de politiek de kunst van de republiek.
De burgerlijke variant van het republikanisme was gebaseerd op een besef van burgerlijke
deugden en plichten, en direct geïnspireerd door de Atheense democratie van Aristoteles.Volgens deze filosofie was de staatsman een corrupte dienaar van de macht en de burgerman die de gemeenschap diende het toonbeeld van publieke deugd.
In de republikeinse theorievorming wordt de laatste tijd teruggegrepen op dit klassieke burgerlijke humanisme. Met name de opvatting dat de ware burger de gemeenschap dient wordt afgezet tegen de post-moderne nadruk op de vrijblijvendheid van het burgerschap.
De oude opvatting van de gemeenschap (afkomstig van de Romeinse Republiek) was minder vrijblijvend. De gemeenschap was gegrondvest in rechtvaardigheid. De burgers toonden respect voor elkaar en voor de wet en verdedigden daarmee hun vrijheden tegen de arrogantie van de macht.
Politiek als de kunst van de republiek verder lezen.
